- Extranet zorgverleners
- Nieuws en activiteiten
- Symposia
- Wetenschappelijk tijdschrift en nieuwsbrief
- Groeninge Flash 1, juni 2009
- Ortho-Nieuwsbrief 1, juni 2009
- Groeninge Flash 2, oktober 2009
- Ortho-Nieuwsbrief 2, december 2009
- Ortho-Nieuwsbrief 3, juli 2010
- Ortho-Nieuwsbrief 4, december 2010
- Groeninge Flash 3, april 2011
- Ortho-Nieuwsbrief 5, juni 2011
- Ortho-Nieuwsbrief 6, januari 2012
- Groeninge Flash 4, april 2012
- Nuttige documenten
- Comités
- Bureau klinische studies
- Meeting center het Notenhof
- Leveranciers
Rol van de hoekstabiele plaat en schroef osteosynthese in de behandeling van polsfracturen
De fractuur van de distale radius (pols) is de meest frequente fractuur in België. Het nauwkeurig beoordelen van de radiografische opnames van de pols is onontbeerlijk bij de keuze van de optimale behandeling. Enkele belangrijke criteria zijn de verplaatsing van de fractuur, het al dan niet intra-articulair verloop van de fractuur en de (in-)stabiliteit van de fractuur na eventuele reductie.
Stabiele, onverplaatste fracturen kunnen conservatief behandeld worden door middel van zes weken gipsimmobilisatie. Onstabiele en verplaatste fracturen vormen een indicatie voor reductie en fixatie.
Voor de fixatie zijn er verschillende behandelingsopties beschikbaar, elk met hun specifieke voor- en nadelen. Een pinning, gips en een externe fixator worden door de patiënt dikwijls als oncomfortabel ervaren, en het gebruikte materiaal dient in een tweede tijd verwijderd te worden. Het grootste probleem echter is het feit dat deze fixatiemiddelen de fractuur soms niet volledig reduceren en vooral dat de reductie in de loop van het genezingsproces opnieuw verloren gaat. De RX van de geheelde fractuur vertoont dan ook meer gelijkenis met de eerste RX van de verplaatste fractuur dan we zouden willen.
Begin de jaren 90 werd de plaat en schroef osteosynthese voor de distale radius geïntroduceerd. Rekening houdend met de klassieke richting van verplaatsing van de fractuur naar dorsaal, de zogenaamde Pouteau-Colles fracturen, werden de eerste platen dorsaal onder de strekpezen geplaatst als een ‘buttress’ (dorsale steun). Weke delen problemen, extensorpees irritaties (tenosynovitis en ook wel eens rupturen) waren niet onfrequent.
De ontwikkeling van het alternatief, anatomische volaire distale radiusplaten, liet dan ook niet lang op zich wachten. Initieel werden platen met klassieke schroeven gebruikt, later werd het principe van hoekstabiliteit toegepast. Hoekstabiliteit ontstaat wanneer de schroeven onder een vaste hoek (‘fixed angle’) in de plaat worden verankerd; in tegenstelling tot een klassieke osteosynthese waar een degelijke greep van de schroeven in het bot noodzakelijk is om stabiliteit te bekomen. Om deze verankering van de schroeven in de plaat mogelijk te maken, zijn de schroefkoppen voorzien van een schroefdraad die zich vast draait in de plaat. Aldus ontstaat een rigide interface tussen de schroeven en de plaat, en wordt het risico op uitscheuren van schroeven uit het bot sterk beperkt.
|
Links: klassieke schroef |
Bij axiale belasting van de bot worden de krachten van het ene fractuurfragment, via de hoekstabiele schroeven overgedragen op de plaat en vervolgens, opnieuw via de schroeven, op het andere fragment. Door de hoekstabiliteit zal, zelfs in geval van beenderig defect ter hoogte van de fractuur, de reductie behouden blijven.
De richting waarin de schroeven worden geplaatst, wordt gedefinieerd door de richting van de schroefgaten in de plaat, m.a.w. de schroeven volgen een vooropgestelde hoek, volgens het design van de plaat. Volaire hoekstabiele platen zijn zo ontworpen dat het subchondrale bot (dat het sterkst is en van groot belang is voor het ondersteunen van het gewrichtskraakbeen) volledig ondersteund kan worden. Omwille van deze degelijke ondersteuning en fixatie van de verschillende fragmenten is onmiddellijke mobilisatie van de pols toegelaten.
Deze platen bieden een oplossing voor de klassieke polsfracturen, voor de hoog-energetische comminutieve fractuur bij de jonge patiënt, maar evenzeer voor de osteoporotische fractuur. Het grote voordeel bij de oudere populatie ligt in de voorspelbare resultaten (snel herstel van mobiliteit en kracht), de vlotte revalidatie en bijgevolg de daling van de afhankelijkheid. Daarnaast vinden deze platen ook een toepassing in de behandeling van malunions of nonunions van distale radiusfracturen, ter fixatie van de fragmenten na het uitvoeren van een correctieve osteotomie.
In az groeninge worden hoekstabiele volaire platen gebruikt sinds 2005.
Dr. Marleen Dezillie, Dr. Jeroen Vanhaecke, Prof. Dr. Filip Stockmans
Referenties
- Vanhaecke J, Verhoeven N, Dezillie M, Stockmans F.;Volar fixation in Wrist Fractures. Orthopaedica Belgica congress; Belgium: mei 2009
- Vanhaecke J.; Fracture management of the wrist. Upper extremity instructional course. Málaga: april 2009
- Henry M.; Distal radius fractures: current concepts. JHS. 2008 sept; 33A: 1215.
- Orbay J.; Volar plate fixation of distal radius fractures. Hand Clin. 2005; 21:347
- Larson AN, Rizzo M.; Locking plate technology and its applications in upper extremity fracture care. Hand Clin. 2007; 23: 269.