Meer info over ERCP - Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie 




Verloop van het onderzoek

 

Het pancreassap en het galvocht zijn twee spijsverteringssappen die belangrijk zijn voor een goede vertering van het voedsel. De afvoergangen van de pancreas (1) en de galblaas (2) monden uit in één opening gelegen in de twaalfvingerige darm (3): de papil van Vater (4). Een klein spiertje rond deze opening, de sphincter van Oddi, regelt de afvoer naar de dunne darm (5).


De endoscopieverpleegkundige laat u, doorgaans op uw buik, plaatsnemen op de onderzoekstafel. In de meeste gevallen krijgt u een kalmerend middel en een pijnstiller toegediend via het infuus in de arm. De keel wordt plaatselijk verdoofd met een spray. U krijgt een ‘bijtring’ in de mond om zowel uw gebit als de endoscoop te beschermen.


Vervolgens wordt de flexibele kijkbuis voorzichtig door de mond naar binnen gebracht tot aan de papil van Vater, in de twaalfvingerige darm. Doorheen de papil van Vater wordt een slangetje geschoven tot in de galweg of tot in de pancreas-afvoerweg. Na het inspuiten van de contraststof worden röntgenfoto’s gemaakt. 


Afhankelijk van de bevindingen kan de arts beslissen om het probleem meteen endoscopisch te behandelen. In vele gevallen wordt daarbij de papil van Vater opengelegd (papillotomie) en wordt een kleine insnede gemaakt in de sphincter van Oddi. Deze behandeling maakt het mogelijk om stenen of gruis uit de galwegen te verwijderen. Een eventuele vernauwing kan worden behandeld door een buisje in plastic of metaal (endoprothese) in te brengen, zodat de gal opnieuw kan afvloeien in de dunne darm. Soms volstaat het om de vernauwing open te rekken met een ballonnetje. Het gebruikte materiaal wordt na ieder onderzoek gereinigd, gedesinfecteerd en gesteriliseerd.