Meer info over pijntherapie




Epidurale infiltratie

 

Onderzoeken tonen aan dat uw pijn ontstaat door druk op de zenuwen die door de epidurale ruimte lopen. Daarom wordt in deze ruimte een mengsel ingespoten van een lokaal verdovend middel en een depot corticoïd. Zo komen deze producten op de ontstoken zenuwen terecht waar ze hun ontstekingsremmende en ontzwellende werking heel geleidelijk uitoefenen en op die manier de pijn stillen.

 

Voor deze behandeling moet u de rug gekromd houden. De huid wordt ontsmet en met een fijne naald plaatselijk verdoofd. De anesthesist brengt een speciale naald tussen twee ruggenwervels langzaam naar de epidurale ruimte en spuit de medicatie geleidelijk in. Volgens de plaats van de ontstoken zenuwen, kan hij deze techniek uitvoeren van de hals tot de onderrug. De behandeling is vrij pijnloos. Voelt u toch pijn, verwittig de arts dan onmiddellijk, en beweeg vooral niet.

 

Het effect van de behandeling mag u na enkele dagen verwachten. Soms is een tweede of een derde inspuiting nodig, met een tussenpauze van enkele weken. Uw behandelende arts neemt hierover samen met u een beslissing.

De risico’s van een epidurale infiltratie zijn normaal gezien vrij beperkt en zeldzaam. Het is mogelijk dat de naald het bot van de wervel raakt; u voelt dan een korte pijn. Wanneer de naald de aangetaste zenuw bereikt, kan u pijn voelen in uw been. Laat dit onmiddellijk weten aan uw anesthesist. Hij verplaatst dan de naald zodat hij er zeker van is dat de zenuw niet wordt beschadigd.


Indien het membraan achter de epidurale ruimte wordt doorprikt, kan u nadien hoofdpijn ondervinden die enige tijd aanhoudt. Deze typische hoofdpijn is het meest uitgesproken bij het rechtop zitten of staan en verdwijnt als u neerligt. In dat geval kan de procedure herhaald worden om een kleine hoeveelheid van uw bloed in te spuiten zodat de opening in het membraan gedicht wordt. Deze complicatie komt echter zelden voor. Mocht dit toch voorvallen, dan licht uw anesthesist u hiervan in.