Obesitascentrum


Wat zijn de gevolgen?



de gevolgen van obesitas

Overgewicht en obesitas zijn risicofactoren voor andere ziektes. Het is veel meer dan een louter gewichtsprobleem, het kan de gezondheid schaden door de problemen en ziektes als gevolg van het overgewicht. De ziektes die ontstaan ten gevolge van overgewicht of obesitas noemen we de nevenziektes of comorbiditeiten. Hoe hoger het gewicht, hoe meer kans op ziekte. Anderzijds kan een beperkte gewichtsdaling al een grote invloed hebben op de gezondheid en de risicofactoren terugdringen.

Bij overgewicht daalt de levensverwachting. Zo is de levensverwachting van een 40-jarige zwaarlijvige vrouw 7 jaar korter dan bij de gemiddelde vrouw en van een 40-jarige man 6 jaar korter.(1)

Een vrouw met een BMI tussen 25 en 27 heeft 8 maal meer risico op het ontwikkelen van diabetes type II, dan een vrouw met een BMI lager dan 22. als het BMI hoger is dan 40 is het risico op diabetes 40 maal hoger.

Algemeen wordt er geschat dat overgewicht van 1 kilo bij iemand boven de 30 jaar, goed is voor een bijkomend sterfterisico van 2 % in de volgende 25 jaar. Hoe jonger iemand overgewicht ontwikkelt, hoe sterker de stijging van het risico op ziekte en vroegtijdig overlijden.

Comorbiditeiten

Diabetes mellitus type 2 en insulineresistentie
Arteriële hypertensie of hoge bloeddruk
Cardiovasculaire aandoeningen (CA)
Metabool syndroom
Cholesterol en triglyceriden
Gewrichtsproblemen
Menstruatiestoornissen
Depressie
Cholelithiasis
Leversteatose
NASH en levercirrose
Slaapapneu
Chronisch obstructief longlijden
Astma
Kanker
Praktische problemen

1. Diabetes mellitus type 2 en insulineresistentie

Diabetes type 2 wordt gekenmerkt door insulineresistentie en β-cel disfunctie. De β-cellen zijn gelegen ter hoogte van de eilandjes van Langerhans in de pancreas. Deze cellen maken het hormaan insuline aan. Bij β-cel disfunctie daalt de gevoeligheid van het normale glucose. Dit kan zijn door een gestoorde aanmaak van insuline of een gestoorde secretie van insuline.

Insulineresistentie is het verschijnsel dat optreedt wanneer er voldoende insuline geproduceerd wordt, maar de glucose niet in de cel kan. Insulineresistentie is een stoornis in de lichaamscellen. Er is onvoldoende gevoeligheid voor het normale glucose. Bij obese personen zijn er ook minder insulinereceptoren en deze zijn ook minder gevoelig voor het hormoon insuline, waardoor de β-cellen uitgeput raken. Als reactie op de insulineresistentie wordt er meer glucose geproduceerd ter hoogte van de lever. Dit zorgt er dan weer voor dat het glucosegehalte in het bloed gaat stijgen en er diabetes ontstaat. Naarmate obesitas zich verder ontwikkelt en in ernst toeneemt, gaat de insulinegevoeligheid steeds meer afnemen.

Bij een gewichtsreductie van 10 % is er gemiddeld een daling van 50 % van het nuchtere glycemiegehalte. Ook kan door een drastische gewichtsreductie het verschijnsel van de insulineresistentie worden opgeheven. Dit is zo bij 60-70 % van de personen met insulineresistentie. De cellen worden opnieuw meer gevoelig voor de insuline die geproduceerd wordt. Hierdoor is er een grote kans dat diabetes verdwijnt. Insulineresistentie komt vooral voor bij abdominale vetverdeling.(appeltype of androïde type).

2. Arteriële hypertensie of hoge bloeddruk

Hypertensie is dus een verhoogde bloeddruk(RR) ter hoogte van de arteriën of slagaders. Men spreekt van hypertensie wanneer de RR hoger is dan 140/90mm Hg. Obese personen hebben gemiddeld een hogere bloeddruk dan personen met een normaal lichaamsgewicht. Er wordt zelfs aangenomen dat de RR recht evenredig stijgt met gewichtstoename. Hierdoor komt hypertensie 2-3 keer vaker voor bij obese personen. Personen met hypertensie hebben een duidelijk verhoogde kans op hart- en vaatziekten, nierziekten en hersenbloedingen. Gewichtsdaling doet de verhoogde RR snel dalen, waardoor het cardiovasculaire risico daalt, en er vaak geen bijkomende antihypertensiva (bloeddrukdalende medicatie) nodig zijn, of toch minder. Een gewichtsreductie van 10 % zorgt voor een gemiddelde RR daling van 10 mm Hg.
 

3. Cardiovasculaire aandoeningen (CA)

Obesitas kan als een afzonderlijke risicofactor voor het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen worden beschouwd. Vooral het abdominale vet is een gevaarlijke factor. Bij obese personen zijn er vaak kleine afwijkingen in de bloedstolling, waardoor het moeilijker wordt om kleinere stolsels op te lossen. Dit verhoogt dus opnieuw het risico op hart- en vaatziekten.

De meest voorkomende CA is het hartinfarct en als 2de de CVA (Cerebrovasculair accident) die een gedeeltelijke verlamming veroorzaakt. Het hart wordt duidelijk meer belast door overgewicht. Elke gewichtsdaling van 5% bij iemand met obesitas doet het risico met de helft dalen, ongeacht de aanwezigheid van andere risicofactoren.

4. Metabool syndroom

Wordt ook het insulineresistentie syndroom (IRS) genoemd of het syndroom X. Het metabool syndroom is een chronische stofwisselingsstoornis met als belangrijkste factoren:
  • insulineresistentie
  • glucose-intolerantie
  • hyperinsulinemie
  • hoge bloeddruk of hypertensie
  • verhoogd cholesterol
  • stoornissen in de bloedstolling
  • overgewicht, obesitas

Deze verschijnselen treden tegelijkertijd op: het is niet bekend in hoeverre er sprake is van een oorzakelijk verband tussen deze individuele symptomen De WHO definieert het metabool syndroom als een aandoening waarbij ten minste sprake is van insulineresistentie of verhoogde glucosetolerantie, alsook minstens 2 van de andere factoren.

De oorzaken van het metabool syndroom zijn voor de wetenschappers nog niet volledig duidelijk maar insulineresistentie wordt een centrale rol toebedeeld. Behalve overgewicht of obesitas kunnen erfelijke factoren aan de grondslag liggen van het syndroom. Ook veroudering en daarmee gepaard gaande veranderingen in lichaamssamenstelling en lichaamsvetverdeling vergroten de kans op het ontstaan van het metabool syndroom.

5. Cholesterol en triglyceriden

Cholesterol en triglyceriden zijn de 2 belangrijkste vetten (lipiden) in het bloed. Vetten zijn niet water(bloed)oplosbaar en zijn daardoor gebonden aan eiwitten in het bloed. Cholesterol is noodzakelijk en wordt voor een groot deel aangemaakt door de lever (75 %). Cholesterol is nodig als bouwstof voor alle cellen in ons lichaam en voor de aanmaak van bepaalde hormonen en gal. 25 % van het cholesterol wordt uit de voeding gehaald.

Door een verhoogde concentratie van deze stoffen in het bloed kunnen er arteriosclerotische plaques ontstaan. Hierdoor ontstaat er een vernauwing van het bloedvat en is er een verhoogde bloedstolling ter hoogte van de plaque. Zo ontstaat er arteriosclerose of slagaderverkalking.

Er zijn 2 soorten cholesterol:
  • HDL-cholesterol (hogedichtheidslipoproteïne-cholesterol): deze deeltjes zorgen voor de afvoer van cholesterol uit de vaatwand terug naar de lever, en daar wordt de cholesterol dan opgeruimd door de lever. Hoe hoger het HDL-cholesterol, hoe minder kans op hart- en vaatziekten. Dit wordt ook nogal eens de ‘goede cholesterol’ genoemd.
  • LDL-cholesterol (lagedichtheidslipoproteïne-cholesterol): deze deeltjes kunnen in de vaatwand worden afgezet en veroorzaken dus aderverkalking. Hoe hoger de LDL hoe meer kans op hart- en vaatziekten.
Triglyceriden: zijn ook vetten in het bloed die net zoals de LDL- cholesterol zich in de wand van de bloedvaten kunnen vastzetten en opnieuw vaatziektes kunnen veroorzaken.

Bij een gewichtsdaling van 10 % zien we een verbetering van het cholesterolgehalte van 10-15 % en van 20-30% van de triglyceriden.

6. Gewrichtsproblemen

Vooral knieën, heupen worden dagelijks belast door het teveel aan gewicht. Dit leidt tot blijvende slijtage en verhoogde kans op ontsteking van de gewrichten. Vooral artrose ontstaat door de aantasting van het kraakbeen ter hoogte van het gewricht en dit ook door een langdurige overbelasting. Lage rugpijn en discus hernia komen ook vaak voor bij overbelasting door het gewicht.

7. Menstruatiestoornissen

Bij obese vrouwen vooral van het appeltype, treedt er vaak een verandering op van de geslachtshormonen. Dit is voornamelijk een stijging van de productie van het mannelijk geslachtshormoon. Hierdoor treedt er hirsutisme (overmatige beharing) op en stoornissen van de functie van de eierstokken. Door deze stoornissen krijgt de vrouw menstruatiestoornissen: ze gaat onregelmatiger menstrueren, de menstruatie is minder frequent of afwezig, dit leidt rechtstreeks tot verminderde kans of ontbreken van kans op zwangerschap.

Een bekend syndroom dat voorkomt bij obese vrouwen is het PCO-syndroom (Poly Cysteus Ovarium Syndroom). Hierbij zijn de waarden van verschillende hormonen, eventueel testosteron en soms insuline verhoogd. De waarde van het FSH (follikel stimulerend hormoon), het hormoon dat de eicelblaasjes doet rijpen, onvoldoende. Bij PCOS blijft de eisprong en dus ook de menstruatie gedurende langere periodes uit en daardoor vermindert de vruchtbaarheid. Bij PCOS kan er ook overbeharing voorkomen, dit gaat vaak samen met overgewicht.

Afvallen leidt veelal tot het weer spontaan optreden van de eisprong, maar ook PCOS kan een relatie hebben met het ontstaan van hart- en vaatziekten, diabetes en eventueel hoge bloeddruk. Uiteraard is ook hier vermageren de boodschap.

8. Depressie

Patiënt heeft het moeilijk op emotioneel vlak, falen bij diëten, bekeken worden, soms uitgelachen worden. Obese mensen voelen zich minder goed in hun vel. Krijgen een laag zelfbeeld, verlies van zelfvertrouwen en worden depressief. Depressie brengt met zich mee dat er soms antidepressiva moeten ingenomen worden, die op zijn beurt ook kunnen verantwoordelijk zijn voor het bijkomen in gewicht. 

9. Cholelithiasis

Is een ander woord voor “stenen in de galblaas”. Dit komt vooral voor bij vrouwen boven de 40. Door het eten van een meer vetrijke voeding, komen er ook meer vetten in het bloed terecht.

De hoofdbestanddelen van gal zijn galzouten, bilirubine en cholesterol (een vorm van vet). Deze bestanddelen lossen normaal gezien op,zodat gal een vloeibare stof is. Galstenen ontstaan wanneer de verhouding tussen de bestanddelen niet in balans is. Cholesterol (dat niet oplosbaar is in water) wordt normaal gesproken vloeibaar gemaakt door de oplossende werking van galzouten. Als er een hoeveelheid cholesterol in de gal ontstaat die de oplossende kracht van galzouten te boven gaat, leidt dit tot de vorming van cholesterolstenen. Ook de verslechterde samentrekking en lediging van de galblaas kan de vorming van cholesterolstenen bevorderen. Darmziekten die een verminderde productie van galzouten tot gevolg hebben en leverziekten zoals cirrose, kunnen ook leiden tot de vorming van stenen in de galblaas. Ditzelfde geldt voor een vetrijk en vezelarm dieet, wat nogal eens van toepassing is bij obese mensen.

10. Leversteatose

Betekent een vervetting van de lever.

De lever speelt een belangrijke rol bij de vetstofwisseling in het lichaam. Door de productie van galvloeistof is de lever betrokken bij de vetvertering. Ook kan de lever zelf vetten opnemen en weer afbreken. Daarnaast kan de lever uit andere stoffen nieuwe vetten vormen, zoals cholesterol. Als er een storing in de vetstofwisseling in de lever optreedt, kan vet gaan ophopen in de levercellen.

Overgewicht en chronisch alcoholgebruik zijn de belangrijkste oorzaken van leversteatose. Ook diabetes type 2 en een te hoge cholesterolspiegel doen de kans op het ontstaan van leversteatose sterk toenemen. Al deze oorzaken samen zijn voor meer dan 50% verantwoordelijk voor het ontstaan van leversteatose.

Naarmate het lichaamsgewicht stijgt, stijgt ook de hoeveelheid vet in de lever. Bij 75 % van de personen met een BMI hoger dan 40 kg/m² spreekt men zelfs van een abnormale vervetting van de lever. Leversteatose heeft geen specifieke ziekteverschijnselen, het is te diagnosticeren via bloedonderzoek en een echografie van de lever. Bij langdurig bestaan ervan, treedt er bij 20 % van de mensen onherstelbare schade op en ontstaat er NASH en zelfs levercirrhose.

11. NASH en levercirrose

NASH (non alcoholic steato hepatitis); is een ontsteking van de lever (hepatitis) als gevolg van verhoogde vetafzetting in de lever, dit in tegenstelling met leversteatose waar er geen ontsteking is maar enkel vetafzetting. Het is een stoornis die optreed maar waarbij de oorzaak niet het gebruik of misbruik van alcohol is.

Ook het hormoon insuline speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van NASH. Insuline regelt de bloedsuikerspiegel. Dit wordt aangemaakt in de pancreas. Hoe meer suiker er in het bloed wordt opgenomen, hoe meer insuline er geproduceerd wordt. Als gevolg van overgewicht wordt er door de grote hoeveelheden suikers die er worden opgenomen, meer insuline geproduceerd. Die overproductie van insuline leidt uiteindelijk tot insulineresistentie. Het lichaam wordt ongevoeliger voor insuline, en worden de suikers minder omgezet, het suikergehalte in het bloed stijgt en er ontstaat diabetes type 2.

Levercirrose is een verschrompeling van de lever. Dit ontstaat door leverbeschadiging van lange duur. Bij obesitas kan er leverbeschadiging optreden door langdurige leversteatose. Hierdoor ontstaat er fibrose, waarna de lever gaat verschrompelen en verharden. Dit zijn onherstelbare letsels ter hoogte van de lever. De lever gaat minder werken en daardoor kunnen er verschillende complicaties ontstaan.

12. Slaapapneu

We spreken van apneu wanneer er meer dan 10 seconden volledige ademstop is door het dichtklappen van een deel van de bovenste luchtweg. Het wordt gekenmerkt door het luidruchtig, nachtelijk snurken, hoofdpijn ’s morgens, abnormale vermoeidheid overdag door onvoldoende slaap. 80 % van de patiënten met apneu, lijden aan overgewicht.

13. Chronisch obstructief longlijden

Obesitas gaat gepaard met ademhalingsproblemen, een beperktere longfunctie en een verminderde inspanningscapaciteit. Vooral de combinatie met roken geeft een sterk verhoogde kans op het ontwikkelen van longfunctieverlies.

14. Astma

Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen die meestal wordt opgewekt door allergische reacties. Afvallen vermindert de kans op astma. Volgens een Amerikaans onderzoek hebben mensen met overgewicht 50% meer kans op astma, dan mensen met een normaal gewicht.

15. Kanker

Overgewicht verhoogt de kans op een aantal vormen van kanker. In het rapport ‘rol van voeding bij ontstaan van kanker’ van de Signaleringscommissie Kanker van KWF (Kankerbestrijding) zijn diverse onderzoeken op het gebied van overgewicht en (verschillende soorten) kanker samengevat. Dit is vooral bekend bij hormoongevoelige kankersoorten.

  • bij de vrouw hebben we vooral borst-, baarmoeder-, baarmoederhalskanker en eierstokkanker
  • bij de man hebben we voornamelijk prostaatkanker, ook nier-, colon- en kanker van de pancreas komen vaker voor.

Over het waarom kanker meer voorkomt bij obese mensen is nog weinig bekend. Heeft het te maken met een verhoogde vetopname, calorie- en vetrijkere voeding of door minder beweging? Of heeft het te maken met een gestegen hormoonproductie?

16. Praktische problemen

Kunnen van allerlei aard zijn zoals:

Moeilijker gepaste kledij vinden, praktische problemen bij een zitje in het vliegtuig, autobus of in de cinemazaal, obese personen worden minder vlug aangenomen bij aantrekkelijke jobs, omdat ze als incompetent of lui beschouwd worden.

Uit studies blijkt dat er meer afwezigheid op het werk is wegens ziekte, sociale isolatie, moeite om zich aan te kleden, schoenen en kousen aan te trekken, moeilijkheden bij de hygiëne.


(1) Peeters A et al. Obesity in adulthood and its consequences for life expectancy: a life-table analysis, Ann Intern Med 2003 : 138(1):97-106