Wat wil je printen?
Vragen en richtlijnen rond veiligheid en straling bij een scintigrafie
Nucleaire geneeskunde gebruikt radioactieve stoffen (radiofarmaca) om een diagnose te kunnen stellen van een bepaalde aandoening. Hiervoor wordt een kleine onschadelijke hoeveelheid van een radiofarmacon toegediend.
Het idee dat je een radioactieve stof krijgt toegediend, kan bij jou vragen of negatieve gevoelens oproepen. Die reactie is heel begrijpelijk maar niet terecht. De stof zendt slechts een korte tijd straling uit en is na 12 uur praktisch volledig uit het lichaam verdwenen.
Advies voor de eerste 12 uur na het onderzoek:
- Jij noch je begeleider of familieleden lopen enig risico. Je kan dus na het onderzoek normaal omgaan met volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar.
- Kinderen jonger dan 12 jaar neem je niet langer dan een half uur bij je op schoot. Spelen, eten geven, verschonen en andere dagelijkse bezigheden vormen geen probleem.
- Ook beperk je best het contact met zwangere vrouwen gedurende de eerste 12 uur.
Vanaf 12 uur na het onderzoek kan je weer alles doen wat je gewend bent. De radioactieve stof is dan praktisch volledig uit je lichaam verdwenen.
Het uitscheiden van de radioactieve stof kan je bespoedigen door de dag van het onderzoek extra te drinken.
Het is niet wenselijk om een onderzoeken met radioactieve stof uit te voeren tijdens de zwangerschap. Het is daarom belangrijk om te weten of je zwanger bent of zou kunnen zijn.
Ben je (mogelijk) zwanger? Meld dit aan het secretariaat, de verpleegkundigen of de arts voor de start van het onderzoek.
Indien je borstvoeding geeft, overleg je best met de verpleegkundige voorafgaand aan het onderzoek. Hierbij krijg je aanvullende instructies om onnodige stralingsbelasting bij het kind te voorkomen.
Deel op