Maak een afspraak

Heb je een andere vraag?

Telefonische bereikbaarheid

Toon uren
ma 8:00-18:00
di 8:00-18:00
wo 8:00-18:00
do 8:00-18:00
vr 8:00-17:00
za Gesloten
zo Gesloten
Bekijk alle bezoekuren

Niet-opioïden

De groep niet-opioïde medicatie (trap 1) wordt vaak gebruikt bij lichte tot matige pijn. We onderscheiden 3 grote groepen producten: paracetamol, salicylaten en niet-steroïdale anti-inflammatoire medicatie (NSAID).

Niet-opioïde medicatie kent een plafondeffect waardoor het zelden zin heeft om de voorgeschreven maximale dosis te verhogen.

Bij onvoldoende pijnstilling kan een combinatie gemaakt worden met medicatie van trap 2 of trap 3.

Paracetamol

Salycilaten (acetylsalicylzuur)

Niet-steroïdale antiflogistica (NSAID's)

Zwakke opioïden

Zwakke opioïden (trap 2) worden gebruikt bij milde tot ernstige pijn en bij pijnproblemen waar de voorgaande trap geen oplossing was. Deze medicatie kent net als de niet-opioiden een plafondeffect.

Aangezien deze medicatie een krachtiger werking heeft, vergroot de kans op nevenwerkingen aanzienlijk. Bijwerkingen kunnen zijn: slaperigheid, sufheid, een eufoor gevoel, misselijkheid en braken, lage bloeddruk, duizeligheid, zweten, obstipatie ... De meeste van deze nevenwerkingen verdwijnen of nemen sterk af 7 tot 10 dagen na de opstart van de medicatie. Alleen obstipatie is een probleem dat meestal blijft bestaan en waarvoor laxerende medicatie kan gebruikt worden. De medicatie uit trap 2 wordt meestal in combinatie met trap 1 voorgeschreven. 

Voorbeelden van zwakke opioïden: 

  • Contramal®, Dolzam®, Tramium®, Tradonal®, Zaldiar®, Algotra® (tramadol)
  • Dafalgan codeïne®, Algocod® (codeïne)

Sterke opioïden

Deze derde trap bevat de sterke opioïden. Dit zijn de krachtigste pijnstillers uit de WHO-pijnladder.

Deze medicatie kent ook meer en ernstiger nevenwerkingen dan de zwakke opioïden: slaperigheid, sufheid, een eufoor gevoel, misselijkheid en braken, lage bloeddruk, duizeligheid, zweten, obstipatie ... De nevenwerkingen steken echter vaak de kop op bij de start van het gebruik van de medicatie en verdwijnen later grotendeels of helemaal (met uitzondering van obstipatie). Langdurig gebruik van sterke opioïden kan hormonale veranderingen veroorzaken. Er is tevens een risico op verslaving en gewenning. 

Voorbeelden van sterke opioïden: Morphine Teva®, MS Contin®, MS Direct®, Temgesic®, Transtec®, Durogesic® , Fentanyl Sandoz®, Matrifen®, Palladone®, Oxycontin®, Oxynorm®

Durogesic®, Matrifen® (fentanyl) en Transtec® (buprenorfine) zijn beschikbaar als pleisters voor toediening via de huid bij ernstige chronische pijn. Bij opstart van deze medicatie of bij aanpassing van de dosis duurt het steeds enige tijd voordat er veranderingen optreden. Ook bij het verwijderen van de pleister is er nog enkele uren nawerking.