Kruimelpad
- Home
- Patient
-
diabetescentrum
- Bloedsuikerspiegel meten
Wat wil je printen?
Wat is bloedsuiker of glycemie?
Bloedsuiker is het suikergehalte in je bloed.
Een belangrijke maatstaf bij het meten van je bloedsuikergehalte en de regeling van je diabetes is Hba1c.
Wat is Hba1c?
HbA1c is versuikerde hemoglobine van het type A1c.
- Hemoglobine is een eiwit in de rode bloedcellen dat zuurstof vervoert en afgeeft aan de cellen in het lichaam. Hemoglobine geeft ook de rode kleur aan deze bloedcellen.
- Hemoglobine hecht zich met het suikergehalte (glucose) uit het bloed. Hoe meer glucose in het bloed, hoe meer versuikerde hemoglobine er is.
Rode bloedcellen blijven 2 à 3 maanden leven. Ook de hemoglobine in die rode bloedcellen blijft even lang aanwezig. De versuikerde hemoglobine toont dan ook de gemiddelde bloedsuikerwaarde van de afgelopen 2 à 3 maanden. Hoe hoger het suikergehalte (glucose), hoe hoger je HbA1c.
We drukken HbA1c uit in % of in mmol/mol.
Streefdoel is HbA1c <7% of 53mmol/mol.
Op die manier kun je je bloedsuikergehalte meten en beter opvolgen.
Wat zijn de normale bloedsuiker- en streefwaarden?
- Normale waarden
- Nuchter: < 100mg/dl
- 2 uur na de maaltijd: < 140mg/dl
- Gestoorde nuchtere bloedsuikerspiegel: 100-125mg/dl
- Bij diabetes:
- Nuchter vanaf 126mg/dl
- Niet nuchter > 200mg/dl
- Streefwaarden bij meting voor de maaltijd: 70-150mg/dl
Je waarde mag niet hoger zijn dan 200 mg/dl.
Waarom je bloedsuiker meten?
Zelfcontrole is de hoeksteen van je behandeling bij diabetes.
- Het is een belangrijk hulpmiddel om een goed inzicht te krijgen in de regeling van je eigen bloedsuikergehalte.
- Alleen door het meten van je bloedsuiker krijg je een juist beeld. Meten is weten.
- Schrijf je gemeten waarden in een diabetesdagboek en neem dit mee bij elke afspraak in het diabetescentrum of bij je huisarts.
- Het helpt om jouw behandeling om punt te stellen en aan te passen aan jouw behoeften.
- Een slecht geregelde diabetes heeft een hoger risico op complicaties, zeker als deze toestand lang blijft duren.
- Het enige middel om complicaties te voorkomen en te beperken, is je diabetes goed regelen waarbij je je bloedsuikerspiegel binnen nauwe grenzen houdt.
Bij een goede regeling van je bloedsuikerspiegel zijn voeding, voldoende bewegen en een aangepaste behandeling met medicatie noodzakelijk.
Hoe vaak je bloedsuiker meten?
Hoe vaak je je bloedsuiker moet meten, is afhankelijk van je behandeling en je arts.
Neem altijd een volledig dagprofiel, tenzij we dit anders vragen.
Dagprofiel = 4 keer per dag de bloedsuiker meten
- voor het ontbijt
- voor het middagmaal
- voor het avondmaal
- voor je gaat slapen
Soms vragen we ook aanvullende metingen, zoals 1 of 2 uur na de maaltijd.
Hoe je bloedsuiker meten?
- Was je handen en droog ze goed af. Kun je je handen niet wassen? Doe dan altijd de eerste bloeddruppel weg en neem de tweede druppel om de meting uit te voeren. Lauw water kan de doorbloeding van de vingertop stimuleren.
- Controleer de vervaldatum van de teststrips.
- Maak je prikpen klaar. Plaats elke dag een nieuwe naald (maximum 4 keer prikken met dezelfde naald) en span de veer aan.
- Plaats de strip in je glucosemeter en sluit altijd het potje van de strips goed af.
- Duw de prikpen tegen de zijkant van de vingertop en prik. Neem altijd een andere vinger.
- Breng indien nodig bloed naar je vingertop door van de basis van de vinger naar de top te wrijven. Zorg ervoor dat je een goede bloeddruppel hebt.
- Laat de bloeddruppel opzuigen door de teststrip.
- Wacht enkele seconden en lees het resultaat op de meter af.
- Noteer altijd het resultaat van de meting in je dagboek.
Heb je vragen?
Neem contact op met je diabeteseducator of het diabetescentrum.
Deel op