azgroeninge Kortrijk en Sint-Jozefskliniek Izegem worden één. Want samen zorgen we beter. Lees meer over de fusie.

  • Patiënt
  • Kinderen
  • Professionals
  • Jobs
Home
  • Contact
  • Nieuws
  • Artsen
  • Documenten
  • Richtlijnen
  • Tools
  • Symposia en opleidingen
Menu
  • Patiënt
  • Kinderen
  • Professionals
  • Jobs
  • Artsen
  • Documenten
  • Richtlijnen
  • Tools
  • Symposia en opleidingen
  • Contact
  • Nieuws
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram

Kruimelpad

  1. Home
  2. Professionals
  3. Schouderprothese

Wat wil je printen?

De huidige pagina
Lettergrootte PDF

Schouderprothese

Wordt een schouderprothese geplaatst bij je patiënt? Lees alle richtlijnen op deze pagina.
  • Schouderprothese
  • Huisartsen
  • Thuisverpleegkundige
  • Kinesist
  • Huisapotheker
  • Patiënt
  • Contact

Wat is een schouderprothese?

Wanneer de schouderpijn te hevig is en dit teveel belemmerd om dagdagelijkse activiteiten uit te voeren dan kan er in samenspraak met de arts beslist worden om een schouderprothese te plaatsen. Afhankelijk van het letsel bepaalt de arts welke type prothese het best past. Deze ingreep kan zowel via dagziekenhuis als hospitalisatie. 

De anatomische prothese is een oplossing voor een artrotische schouder waarbij enkel het kraakbeen kapot is en de pezen volledig intact zijn. Hier wordt de kop vervangen door een kop uit metaal. De kom wordt vervangen door een nieuwe kom uit hard plastic of polyethyleen. Beide worden zonder cement geplaatst en zijn ingroeiprotheses. 

De omgekeerde of reversed schouderprothese is een oplossing voor een versleten schouder waarbij de rotator cuff niet meer goed functioneren en onomkeerbaar beschadigd zijn. Daardoor beweegt de schouder abnormaal in zijn gewricht en krijg je secundair kraakbeenbeschadiging. Bij deze ingreep worden de nieuwe kop en kom van positie gewisseld, waardoor de deltoïdspier de functie van de cuffspieren kan overnemen. 

Wat is het doel van het plaatsen van een schouderprothese? 

  • het verlossen van de hevige pijn door nieuwe gewrichtsoppervlaktes; 
  • het schoudergewricht beter laten bewegen door een veranderde mechaniek in de schouder met verleggen van rotatiepunten en krachtsarmen. 

Zo zijn we in staat om een schouder te maken die geen pijn doet en toch een zeer behoorlijke functie geeft; weliswaar niet dezelfde kracht als van een twintigjarige, maar voldoende om meer dan dagdagelijkse behoeften te dekken.  

Info voor huisartsen

  • Controleer of je patiënt bloedverdunners (anticoagulantia) gebruikt en of die gestopt moeten worden. Bekijk de richtlijnen in ons preoperatief beleid voor chirurgie.
  • Is je patiënt een roker? Dan raden we aan om minimum 4 weken voor de operatie te stoppen met roken. Rokers hebben veel meer kans op verwikkelingen na operaties. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het risico op wondproblemen sterk vermindert door tijdig te stoppen. Bekijk de rookstopprogramma's in az groeninge. 

Medicatie

De patiënt mag de bloedverdunners opnieuw starten 24 tot 48 uur na de ingreep, tenzij er sprake is van een bebloed verband. Dit moet altijd in overleg met de behandelende arts te gebeuren. 

Het correct innemen van de pijnmedicatie zoals vermeld op het medicatieschema bij ontslag is cruciaal voor een goed herstel.

Wondzorg

Het verband mag de eerste 14 dagen dicht blijven. Enkel bij tekenen van infectie of een bevuild verband kan een verbandwissel raadzaam zijn.

Er worden meestal resorbeerbare hechtingen gebruikt. Indien dit niet het geval zou zijn dan worden deze hechtingen 14 dagen na de ingreep verwijderd. Dit kan gebeuren tijdens een controleafspraak bij behandelende arts of door de huisarts, afhankelijk van wat met de patiënt is afgesproken.

Revalidatie

Zowel bij een reversed als een anatomische schouderprothese wordt de arm in het adductieverband gehouden. Het is afhankelijk van de arts hoelang deze na de operatie gedragen moet worden.

Bij de totale/anatomische schouderprothese wordt het aangeraden om vier weken het adductieverband te dragen. Enkel passieve mobilisatie door de kinesist of pendelen wordt toegelaten. Bij passieve mobilisatie gaat de patiënt niet zelf de oefeningen uitvoeren maar gaat de kinesist de schouder gaan mobiliseren.  

Bij de reversed/omgekeerde prothese wordt er aangeraden om zo snel mogelijk zowel actief als passief de schouder te gaan mobiliseren. Bij actieve mobilisatie gaat de patiënt zelfstandig de aangeleerde oefeningen gaan uitvoeren. Dit telkens onder begeleiding van een kinesist. 

Complicaties

Wees alert op volgende complicaties:

  • Slaapt de arm na 48 uur nog? Neem dan contact op met de anesthesist.
  • Ontstekingsverschijnselen ter hoogte van het operatiegebied. Deze verschijnselen bestaan uit pijn gecombineerd met roodheid, vochtafscheidingen en/of koorts. 
  • Indien de schouder bij het oefenen steeds pijnlijker wordt en moeilijker beweegt.  
  • Bij zwelling van de hand die gepaard gaat met pijn, stramheid van de vingers en klamheid. 
  • Plotse kortademigheid in rust.

Nazorg

De patiënt ontvangt een ontslagbrief met alle nodige tips en adviezen over nazorg. Je kan deze samen met de patiënt doornemen om verdere vragen te verduidelijken. 

Info voor de thuisverpleegkundige

Ging de ingreep van je patiënt door op het dagziekenhuis? Hou rekening met volgende aandachtspunten: 

  • Volg de parameters op zoals bloeddruk, polsslag, temperatuur, saturatie, pijnscore. Registreer deze gegevens: 
    • Scan de QR-code in die de patiënt meekreeg bij ontslag. Bekijk de instructies voor gebruik van de QR-code.
    • Ondervind je technische problemen? Gebruik het registratieformulier op papier en bezorg de ingevulde documenten voor elke geplande consultatie aan de behandelend arts. Je kan het document meegeven aan de patiënt of digitaal doorsturen.
  • Het verband mag 14 dagen ter plaatse blijven. Er zijn enkele omstandigheden die vragen om een eerdere verbandwissel te doen: 
    • Tekenen van wondinfectie
    • Volledig verzadiging van het verband
    • Bevuiling van buitenaf
    • Tekenen van allergie aan het verband
    • Verwijderen hechtingen
    • Loskomen verband
    • Abnormale pijnklachten ter hoogte van de wonde
    • Koorts van onbekende oorsprong
  • Bevraag de pijn bij de patiënt. Geef indien nodig nieuwe medicatie, waaronder vooral pijnmedicatie. Het strikt volgen van het medicatieschema bij ontslag, zoals dit in het ziekenhuis werd opgestart, is cruciaal voor een goed herstel. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
    • Gebruik medicatie zoals voorgeschreven.
    • Overschrijd nooit de voorgeschreven duurtijd en dosis.
    • Respecteer steeds de minimale wachttijd tussen twee innames van pijnmedicatie.
    • Overblijvende medicatie mag nooit gebruikt worden op een ander moment of door een andere persoon.

Info voor de kinesist

Zowel bij een reversed als een anatomische schouderprothese wordt de arm in het adductieverband gehouden. Het is afhankelijk van de arts hoelang deze na de operatie gedragen moet worden. 

  • Bij de anatomische schouderprothese wordt het aangeraden om vier weken het adductieverband te dragen. Enkel passieve mobilisatie door de kinesist of pendelen wordt toegelaten. Bij passieve mobilisatie gaat de patiënt niet zelf de oefeningen uitvoeren maar gaat de kinesist de schouder gaan mobiliseren. 
  • Bij de reversed/omgekeerde prothese wordt er aangeraden om zo snel mogelijk zowel actief als passief de schouder te gaan mobiliseren. Bij actieve mobilisatie gaat de patiënt zelfstandig de aangeleerde oefeningen gaan uitvoeren. Dit telkens onder begeleiding van een kinesist.

Raadpleeg het revalidatieschema dat in samenspraak met de orthopedisten en kinesisten werd opgesteld. 

Info voor de huisapotheker

Postoperatieve medicatie

De patiënt wordt geopereerd en verlaat dezelfde dag het ziekenhuis. De patiënt start onmiddellijk thuis met postoperatieve medicatie. Correcte kennis en inname van (nieuw opgestarte) medicatie is dus cruciaal. 

De patiënt mag de bloedverdunners opnieuw starten 24 tot 48 uur na de ingreep, tenzij er sprake is van een bebloed verband. Dit moet altijd in overleg met de behandelende arts te gebeuren. 

Het correct innemen van de pijnmedicatie zoals vermeld op het medicatieschema bij ontslag is cruciaal voor een goed herstel.

Aandachtspunten voor de huisapotheker

  • Actualiseer zo nodig het medicatieschema van de patiënt.
  • Controleer op dubbelmedicatie (bv. paracetamol in combinatiepreparaten).
  • Voer interactiecontrole uit met chronische thuismedicatie.
  • Volg therapietrouw op bij heropstart van thuismedicatie maar ook bij de nieuw opgestarte medicatie bv. pijnmedicatie
  • Let op bijwerkingen: constipatie (opioïden), maagklachten (NSAID’s), bloedingsrisico (antistolling).
  • Geef patiënt en mantelzorger duidelijke uitleg over dosering, stopdata en alarmsymptomen (bv. hevige pijn, koorts, bloedingen ...).
  • Werk samen met huisarts en thuisverpleegkundige voor een vlotte overdracht en opvolging.

Info voor de patiënt

Bekijk de patiënteninformatie op de website:

  • artrose van de schouder
  • schouderprothese

Contact

Heb je vragen? Neem contact op met: 

Orthopedie - schouder
Tel.
056 63 35 40
Routenummer
C050
Telefonische bereikbaarheid
Dag Uren Opmerkingen
Vr: 8:00 - 13:00, 13:30 - 17:30
Bekijk alle bezoekuren
Lees meer

Deel op

Az groeninge

President Kennedylaan 4,
8500 Kortrijk

t. 056 63 63 63
t. 0473 540 406 (alleen bij telefoonstoringen)
of stuur een e-mail

       

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram
AnySurfer statuspagina toegankelijkheid E17 ziekenhuisnetwerk Lid van E17 ziekenhuisnetwerk

Vzw az groeninge, Pres. Kennedylaan 4, 8500 Kortrijk
KBO/btw 0472 222 625 - RPR Gent/afdeling Kortrijk

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy instellingen